eminentie

 

Zeer Eerwaarde heer………. nu in ruste en op zijn verzoek aan te spreken met….. (namen laten we weg, daar gaat het o.i. niet om) we noemen hem hier gewoon Jan.

Jan, geboren in 1932, is na vele jaren elders als Pastoor te hebben gewerkt uiteindelijk in ………aangetreden als Pastoor en heeft deze functie daar bekleed in de jaren 1976 t/m 1997.

In het kader van persoonlijke opdrachten destijds vindt dit interview plaats op ……………Jan interview ik omdat hij meer dan tien jaar werkervaring heeft in het begeleiden van rouwprocessen en rouwtaken.

De essentie van dit interview is te weten te komen hoe Jan omgaat met het verdriet van de mensen waarmee hij binnen zijn werk als Pastoor te maken krijgt en hoe hij omgaat met zijn eigen verdriet.

Jan, vanuit je pastorale functie heb je veel te maken gehad met het begeleiden van rouwprocessen en rouwtaken; kun je daar iets over vertellen:

–          Ik heb vanuit mijn functie vele stervenden begeleid en keer op keer gemerkt dat in de laatste periode van het leven de stervende enorm groeit. Er lijkt een verdieping van de geest plaats te vinden welke zodanig verrijkend is dat, als ik met lood in de schoenen een ernstige zieke ging bezoeken, ik meestal met verende kracht weer weg kon gaan, alsof ik persoonlijk gedragen werd door diegene die wist dat zijn of haar einde naderde.

–          Als het overlijden uiteindelijk een feit was dan kon ik de emotie veelal niet binnen me houden en moest ik gelijk aan de rouwenden in de eerste fase na het overlijden mijn verdriet kunnen tonen. Dit tonen kon zijn door middel van o.a. een innige emotionele omhelzing met de dichtstbijzijnde familieleden waar ik ‘n band mee had kunnen opbouwen, praten met verwanten van de overledene, praten met vrienden of het in alle eenzaamheid brullen van verdriet.

De emotie heeft mij mijn leven lang parten gespeeld. Bij de voorbereidingen van mijn priesterwijding is mij duidelijk gemaakt dat mijn ‘gevoel’ het me nog eens heel moeilijk zou maken en dat, als ik meende dat ik dit niet zou kunnen dragen dat ik dan niet zou moeten kiezen voor het priesterschap.

Wat heeft er naar jouw idee toe bijgedragen dat jouw “gevoel” zo heftig is en in bijzonder met betrekking tot het sterven?.

–          Ik weet nog heel goed dat ik als kleine jongen altijd met een wit gezicht thuiskwam als ik als misdienaar betrokken was geweest bij een uitvaart. Ik heb tijdens mijn kindertijd lange tijd het gillen van verdriet kunnen nahoren van ouders wiens enig kind door een ongeluk kwam te overlijden.

Wat zijn rouwtaken als je denkt aan het gehele rouwproces?

–          Voor mij zijn rouwtaken in het bijzonder het verdriet omzetten in dankbaarheid naar de overledene. Dankbaarheid voor dat wat je van die persoon hebt kunnen ondervinden. Al je emoties steeds weer opnieuw in overweging willen en kunnen brengen; door het wegen ‘over’ en ‘over’ te herhalen kun je er steeds weer nieuwe perspectieven aan toe voegen waardoor je stap voor stap in staat bent de overledene in zijn volledigheid te accepteren en te aanvaarden. De zon langzamerhand weer in je leven toelaten; sprankjes zon weer leren zien en waarderen.

Was het leren omgaan met het rouwproces een belangrijk onderdeel van je priesterstudie?

–          Niet specifiek in die zin. De gehele priesterstudie is een reis door theoretische boeken en op basis van vele gesprekken met diegene die je kon verstaan, leren om de leer niet moralistisch te laten spreken maar de teksten te verstaan op ’n wijze die past bij wat je voelt en ziet.

–          Rouwenden en stervenden krijgen ook meer rust over zich als ze datgene wat ze mee maken kunnen relativeren, kunnen laten zijn en van daaruit ruimte ervaren om dat te doen wat mogelijk is.

Wie of wat waren je grote voorbeelden, inspiratoren?

–          Vrienden en de Heilige Schrift. De vele prachtige mooie teksten in de Heilige Schrift vragen om een benadering vanuit het gevoel en niet zozeer vanuit het verstand. Als je vanuit het gevoel de teksten kunt integreren in je eigen, huidige leven dan gaan ze een levende waarde vertegenwoordigen.

Welke theoretische kennis hebben op jou een grote invloed gehad?

–          De tijdens mijn studie geleerde theoretische kennis heeft me in de beginfase van mijn werk duidelijk parten gespeeld. Ik herinner me nog heel goed een situatie, welke overigens niets met rouw van doen heeft, maar toch wel illustreert hoe de geleerde theorie niet hoeft aan te sluiten op dat wat in de praktijk speelt.

  • Ik werd geroepen bij een probleemgezin. Daar aangekomen vertelt de vrouw mij dat haar man zich had willen ophangen en dat ze het touw had doorgesneden. Nu achteraf terugkijkende op haar actie geeft de vrouw aan spijt te hebben hiervan want ze was haar man liever kwijt. Ik kon deze vrouw alleen maar vertellen dat het van belang was om in gedachten te houden dat scheiden van elkaar niet aan de orde was. Ik vertrek uit deze benarde situatie en terugrijdend realiseer ik me dat dit niets zou oplossen, dat dit niet de bedoeling zou kunnen zijn en ik keer me direct om en kom terug bij dit gezin. Ik bied daadwerkelijke hulp, luister naar de nood, mezelf verplaatsend in de situatie waarin zij verkeren.

–          Na verloop van tijd leerde ik de theorie te lezen vanuit mijn gevoel en hier vanuit te werken en daarmee los te laten wat de regels lijken voor te schrijven. Regels die, ingeval van gedachteloze opvolging, ik steeds meer kon en kan beschouwen als dwangmaatregelen welke beperkend zijn en als zodanig niet zijn bedoeld. Regels zijn er voor om de rode draad aan te geven waarna ieder individu vanuit zijn of haar eigen verantwoordelijkheid dient te handelen op basis van de dan bestaande gegevens.

Welke theoretische kennis hebben op uw werk een grote invloed gehad; vervolg?

–          Mijn eigen ervaringen hebben mij uiteindelijk dichter bij de mensen gebracht en de mensen dichter bij mij gebracht waardoor ik een werkelijke rijkdom heb mogen ervaren.

–          Er zijn tijdens mijn periode van werken vele momenten geweest waarin ik binnen een groep gelijken besprak, hoe ik omging met rouw binnen mijn parochie. Tijdens deze bijeenkomsten werden de inzichten gescherpt. Daar leerde ik ook de scheidingslijn te zien tussen ’n normaal rouwproces en een gecompliceerd rouwproces. Ik leerde uiteindelijk dat er een moment kon zijn waarbij een doorverwijzing naar een professionelere therapeut wenselijk is en voorkomt dat het rouwproces een te lange weg wordt welke kan leiden tot verdere ontwrichting van het leven van de rouwende(n).

–          Dat wat vrouwen hebben geïnterpreteerd vanuit de bijbelse teksten hebben een groot effect gehad op mijn uiteindelijke zienswijze.

Wat maakte het voor jou persoonlijk mogelijk om om te gaan met het verdriet van de mensen die rouwen?

–          Eigenlijk kan ik nog steeds niet echt omgaan met de emotie die verdriet van rouwenden omvat. Maar als je me deze vraag stelt dan kan ik alleen maar zeggen dat de vele vrienden om mij heen het me uiteindelijk mogelijk maakte om in redelijke zin het vol te houden.

–          Blijft natuurlijk een gegeven dat er ’n enorme rijkdom je ten deel valt als je getuige mag zijn bij het proces van de geestelijke ver- dieping van de stervenden of wel de fierheid van velen die de draad van het leven weer na het verlies van dierbaren oppakken.

Wat heeft het omgaan met rouw met jou persoonlijk gedaan?

–          Heeft me vele slapeloze nachten gegeven; vaak een dichtgeknepen keel van de emotie die me aanvliegt. Weemoed, verdieping, kracht, tevredenheid met de kleine dingen. Besef van het feit hoe klein we zijn, hoe weinig titels er toe doen, doe maar gewoon, je bent wie je bent door dat wat je uitstraalt, door dat wat je doet voor en met anderen.

–          De laatste jaren weiger ik expliciet om een stervende te begeleiden dan wel de rouwdienst voor te gaan zelfs als het mijn eigen familieleden betreft. Ik voel me daar, emotioneel gezien, niet meer toe in staat, maar voel wel dat het goed is dat ik weiger. Voel me vrij om aan te geven dat het genoeg geweest is en dat ik deze taak niet langer op mijn schouders hoef te nemen.

Hoe zal het voor jezelf zijn als het moment van de dood voor jou nabij is?

–          Ik heb er vaak over nagedacht, maar ik weet het niet. Het enige wat ik weet dat ik heel graag net zoveel vertrouwen op dat moment zou willen voelen als dat, wat ik op dit moment in mezelf voel.

Over wat voor vertrouwen heb je het dan?

–          Dat ik vertrouw op God’s armen, zijn oneindige liefde. Dat mijn toekomst goed is wat er ook gebeurd. Er wordt wel gesproken over leven na de dood ofwel eeuwig leven maar de beelden die we daarbij maken zijn van onszelf. Ik wil heel graag vertrouwen op een leven na de dood die qua inhoud bepaald wordt door de persoon die ik vertrouw en dat is God.

–          Alle andere theorieën kunnen waar, maar ook niet waar zijn. Na een kortdurende innerlijke strijd vele jaren geleden heb ik besloten de gecreëerde beelden los te laten en het vertrouwen er alleen maar te laten zijn en in die zin kan ik geloven in een eeuwig leven.

 

Bron: Caroline van der Aa/collega studente

 

 

 

©2026 

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?