Er zit een soort lijn in de menselijke ontwikkeling, met soms wat knikken, de crises en problemen. En…. die kunnen zich in elke fase voordoen. Maar dat doet niets af aan het feit dat die lijn er is. Problemen kunnen van binnenuit ontstaan of van buitenaf komen. Wij proberen zoveel mogelijk te vermijden een waarde-oordeel uit te spreken zoals dat zoveel gebeurt. Bijvoorbeeld als men spreekt over de jeugd is de opbouw en de ouderdom afbraak en verval.

 

Het is zoals het is en het is allemaal menselijke ontwikkeling zonder goed of fout.

 

Wat de ontwikkeling betreft onderscheiden we de volgende aspecten en dat geldt overigens voor elk gebied zowel voor de jeugd, de volwassenen en de ouderdom:

–          biologische ontwikkeling

–          cognitieve ontwikkeling

–          persoonlijkheidsontwikkeling

–          sociale ontwikkeling

–          seksuele ontwikkeling.

Een psycholoog, die onderzoek doet, zal dus samen moeten werken met andere specialisaties bijvoorbeeld met een bioloog, fysioloog en of medici.

 

Belangrijke randgebieden van ontwikkelingsleer zijn:

–          opvoedkunde waaronder valt: pedagogie, orthopedagogie, andragogie (opvoedkunde volwassenen)

–          onderwijspsychologie

–          gerontologie ( gedrag wat bezig is met oudere mens en geriatrie ( zieke oudere mens)

–          beroepskeuzepsychologie

–          arbeid- en organisatiepsychologie.

 

Het grote basisprobleem van de ontwikkelingsleer is natuurlijk dat we onderzoeken moeilijk in een laboratorium kunnen doen. Hele gezinnen in een laboratorium planten valt niet mee.

 

Maar twee zeer belangrijke hoofdvormen van onderzoeken zijn:

  1. longitudinaal onderzoek ( in de lengte, tijd is geld)
  2. cross-sectionaal onderzoek ( een dwarsdoorsnede, allen vullen nu de test in).

 

Wat opvalt, bij bestuderen van vele onderzoeken die gedaan zijn naar ontwikkeling opvoeding en vorming van vooral kinderen, is dat veel beïnvloed wordt door de culturele achtergrond. Cultuur dus van een bepaald land of van een bepaalde tijd. Dus de resultaten zijn cultuurgebonden.

 

In de jeugdfase verwerft de mens relatief de meeste kundigheden en kennis. Dit gebeurt door rijping ( lichamelijk groeien) en leren ( spreken, lopen, normen en waarden enz. enz.)

 

Er zijn drie invalshoeken ( theoretische systemen) van waaruit men de ontwikkeling van het kind kan zien namelijk:

–          de psychoanalyse (Freud)

–          de spiegeltheorie (mens als onbeschreven blad ter wereld)

–          theorie van de organische lamp (kind gevormd door eigen acties, bouwt zichzelf op).

 

Allerlei testen worden losgelaten maar dat er nog veel onenigheid bestaat over de nature-nurture controverse is duidelijk. (erfelijkheid en omgevingsfactoren) Intelligentietests (IQ)worden gemeten, maar tegenwoordig in deze overweldigende maatschappij is EQ  (emotioneel quotiënt)  en zelfs SQ (spiritueel quotiënt) zeker ook belangrijk aan het worden. Er wordt nog steeds te weinig gekeken naar de laatste 2!

 

Het gezin speciaal, maar ook school en leeftijdgenoten hebben zeer belangrijke functies voor het kind:

A  emotionele geborgenheid

B  opvoeding, overdracht van cultuur, normen en waarden.

 

Volgens Rita Kohnstamm (psycholoog en columnist) is er een ontwikkelingsaspect waarin opvoeders onmisbaar zijn voor kinderen, voor het zich eigen maken van normen en waarden. Voor overdracht van kennis moet je je verstand gebruiken en voor waarden en normen moet je je gewoon gedragen!

 

In de volwassenheid (het volgroeid zijn) lijkt het alsof alles stabiel is. Maar deze periode is zeker niet te beschouwen als “rustige tijd”. De kinderen worden groter en gaan uit huis en wat nu, banen stoppen, werkrelaties houden op, relatieproblemen etc.etc. Denk maar eens aan: het verouderingsproces met verminderde prestaties, overgangskwalen en penopauze.

 

Dit alles vergt veel energie als het gaat om herschrijven van je eigen nieuwe programma’s. Het misschien “ongewild moeten” aanpassen aan nieuwe veranderende omstandigheden kost soms heel veel moeite.

 

De ouderdom is een levensfase met eigen kenmerken. Zowel prettige als minder prettige. Deze periode wordt vaak gezien als een periode van afbraak, ziekte en achteruitgang. Ten dele is dat waar maar we moeten ons wel realiseren dat de meeste oude mensen helemaal niet ziek en ellendig zijn. Zij voelen zich uitstekend en doen nog volop mee aan wat de maatschappij hen vraagt en hen biedt.

 

Het kenmerk is dat men op een andere manier tegen het leven kijkt.

 

De jongeling ziet de weg voor zich!!!!!! (dat heeft niets met leeftijd te maken)

 

Bron: Caroline van der Aa

PS. Als dit verhaal jou raakt………..je weet er niet goed mee om te gaan………voor persoonlijk contact……KLIK HIER.

 

©2026 

Login met je gegevens

Je gegevens vergeten?