liefde

 

Op een morgen, het moet zo’n 8 uur geweest zijn, komt er een oude man van in de 80 om zijn draadjes uit zijn duim te laten verwijderen. Hij zei dat hij gehaast was want hij had om 9 uur een afspraak.

Ik nodigde hem uit plaats te nemen wetende dat het meer dan een uur in beslag zou nemen. Ik zag hem steeds naar zijn uurwerk kijken, en daar ik met geen andere patiënt bezig was, besloot ik zijn wonde nu maar meteen na te zien.

Na het onderzocht te hebben zag ik dat alles goed genas en heb ik even met een met een dokter gesproken. Ik deed het nodige om de draadjes te verwijderen om zo de wond te verlichten.

Terwijl ik zo bezig was met de wond heb ik hem gevraagd of hij een afspraak had met een of andere andere dokter die ochtend nog. De man zei van niet maar dat hij naar een andere instelling moest gaan om met zijn echtgenote te ontbijten. Ik heb hem gevraagd naar haar gezondheid. Hij heeft me gezegd dat ze daar al enige tijd verbleef en de ziekte van Alzheimer had.

Bij het praten vroeg ik hem of ze kwaad zou zijn, mocht hij te laat zijn. Hij antwoordde dat zij niet meer wist wie hij was, dat ze hem sinds 5 jaar niet meer herkende. Ik was verbaasd en heb hem gevraagd “en gaat u er nog elke morgen heen, zelfs wanneer ze niet meer weet wie jij bent?”

Hij glimlachte en tikte even op mijn hand zeggende: “Zij herkent me niet, maar ik weet nog wie zij is”.

Ik had het moeilijk om mijn tranen te bedwingen toen hij vertrok, en ik was er helemaal kapot van. Toen dacht ik; dit is het soort liefde wat ik in mijn leven wil.

De ware liefde, niet lichamelijk, en niet romantisch. De ware liefde is het aanvaarden wat is, wat geweest is, en wat nog zal zijn.

 

Tussen alle dagelijkse beslommeringen, moppen, humor van emails zijn er soms die een belangrijke boodschap inhouden. Deze heb ik willen delen met jullie.

De gelukkigste mensen hebben niet steeds het beste van alles, ze trekken hun plan met wat ze hebben.

Het leven is niet ontsnappen aan het onweer maar dansen in de regen!

 

Ik voel enorme Liefde voor mijn moeder. Daarom wil ik hier ook ‘het verhaal’ delen van mijn moeder, Agnes van Lankveld-Smits, die van haar eigen nood een deugd maakte.

 

‘Ik vond het vooral belangrijk om het beste bij andere mensen naar boven te halen en mensen aan te spreken op hun eigen kwaliteiten.’ 

Mijn moeder (92) met mij/Caroline, op haar laatste verjaardag 17 febr-2014. Zij is overleden op 26 mrt 2014.

mam 92

“Nadat ik weduwe werd en zelf veel steun ondervond aan de contacten die ik had bij de Katholieke Vrouwen Organisatie, besloot ik samen met anderen een werkgroep op te richten voor weduwen en weduwnaars. Ik wist als geen ander wat het was om alleen achter te blijven, om overal ineens alleen voor te staan. Ik wist dat het een enorm gevoel van eenzaamheid en onzekerheid kon brengen. En ik wist ook hoe belangrijk het is om in zo’n situatie te kunnen delen met lotgenoten, om betrokken te blijven bij anderen en zo zelf je eigen problemen te leren relativeren. Door te luisteren naar anderen leer je soms in te zien dat situaties vaak nog erger kunnen zijn of leer je oplossingen te zoeken die je zelf nog niet bedacht had.

In de groep voor weduwen en weduwnaars leefden we met elkaar mee. We deelden dingen, die je niet met je kinderen kon delen. Ik was gewend om in het bestuur te zitten van verenigingen, dus het ging me gemakkelijk af om deze werkgroep op te zetten. We gingen op uitstapjes, er waren bijeenkomsten, kerstvieringen, culturele avonden met sketches, waar ik zelf ook graag aan mee deed. Met de auto haalde ik de mensen op die zelf niet konden rijden of niet durfden te komen. Even dat zetje in de rug om over de drempel te stappen; het werkte altijd. Je merkte dat iedereen anders omging met zijn of haar rouwproces. De een vertelde honderduit, de ander niet. Het maakte niet uit, als mensen maar uit hun isolement kwamen.

Ik was blij als ik anderen kon helpen. Ik zag het als een missie om mensen goed te begeleiden. Ik vond het vooral belangrijk om het beste bij andere mensen naar boven te halen en mensen aan te spreken op hun eigen kwaliteiten. Mensen kunnen vaak meer dan ze zelf denken. Ik denk dat de drang om anderen te helpen voortkomt uit het feit dat ik zelf nooit vergeten ben hoe het is om alleen achter te blijven. Het zit in mijn aard anderen op te zoeken en iets voor anderen te doen. Het is, denk ik, een zelfgenezend vermogen, want zonder de werkgroep was ik zelf ook nergens geweest. Door anderen te helpen, hielp ik ook mezelf. Voor mij was het leiden van de werkgroep net zo goed ‘therapie’ als dat het was voor de deelnemers.

Ik heb me 25 jaar ingezet voor de werkgroep en heb toen het voorzitterschap overgedragen. Jongeren namen dingen over en deden dingen op hun eigen manier. Het betekende voor mij dat ik moest loslaten; iets waar ik een gruwelijke hekel aan heb. Maar mijn vergeetachtigheid zorgde ervoor dat het beter was om te stoppen. Dat vind ik nog altijd moeilijk, maar ik kan terugkijken op een goede tijd. Ik ben lid in de orde van Oranje Nassau geworden en ik weet dat ik veel mensen heb kunnen helpen. Daar deed ik het tenslotte voor!”

 

 

Bron: Caroline van der Aa

 

De liefde voelen voor jezelf? Ben jij een kip of een adelaar?

Hoog in de bergen vond een man een jonge adelaar. Hij zat dicht bij een verlaten nest. De man wachtte, op een veilige afstand, op de oude adelaars, die misschien met voer voor hun jong zouden terugkeren, maar dat gebeurde niet. Ook de volgende dag niet. Het adelaarsjong werd zwakker van de honger en de man besloot het dier mee naar huis te nemen. Daar zette hij de vogel bij zijn kippen en gaf hem kippenvoer te eten. Vijf jaar later kwam er een natuuronderzoeker, een bioloog, bij de man op bezoek. Terwijl ze door de tuin liepen, langs het kippenhok, zei hij opeens: “Die vogel daar, dat is een adelaar, geen kip!”

“Ja, dat is zo,” zei de man, “maar hij is hier tussen de kippen groot geworden. Het is nu
een kip, geen adelaar meer.”

“Een adelaar blijft een adelaar,” zei de bioloog. “Ik zal het je laten zien.” Hij nam de adelaar op, tilde hem op zijn arm omhoog en zei: “Strek je vleugels en vlieg!” Maar de adelaar zag de kippen naar hun voer pikken, wipte van de arm af, landde op de grond en begon te eten.

De man zei: “Ik zei het je toch. Het is een kip geworden.” “Nee,” zei de natuuronderzoeker, “het is een adelaar en ik zal het je bewijzen ook.” De volgende morgen nam hij de adelaar mee naar het dak van het huis en zei: “Je bent een adelaar. Je hoort hoog in de lucht. Strek je vleugels en vlieg!” Maar weer sprong de adelaar, toen hij de kippen graan zag pikken, naar beneden en at met ze mee.

De man zei: “Ik zeg het je nog maar een keer: Het is een kip!” “Nee, het is een adelaar. Hij heeft nog steeds het hart van een adelaar. Geef hem nog één kans.” De volgende morgen nam hij de adelaar mee naar een hoge berg. Daar tilde hij hem op en zei: “Jij hebt de vleugels van een adelaar, je hebt het hart van een adelaar. Je bent een adelaar. Jij kunt vliegen tot hoog in de lucht. Je bent vrij. Strek je vleugels en vlieg! Vlieg, zoals alleen een machtige adelaar vliegen kan! Vlieg!” En toen spreidde de adelaar zijn enorme vleugels, vloog met een schreeuw op, cirkelde hoger en hoger de lucht in en keerde niet terug.

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *