zelf 2

 

Het einddoel van ontspanningsinstructies doen is de toename van jouw interne zelfregulatie. Dit houdt in dat men in staat is de eigen aandacht te regelen en dat de samenwerking met het lichaam beter wordt. De verschillende instructies zijn niet meer dan de middelen ertoe. Eenzelfde instructie hoeft niet voor iedereen eenzelfde respons te geven. Bij de een valt op dat de ademhaling anders is, terwijl voor de ander vooral de toename van energie op de voorgrond staat. En voor een derde persoon is afname van innerlijke onrust dat wat het eerste opvalt.

En alle drie hebben zij eenzelfde instructie gevolgd, maar de verschillende deelnemers gebruiken de geboden instructies anders. Er treden uiteenlopende processen op. Spanningsvermindering hangt nauw samen met een ontspannen ademhaling en uiteindelijk met een herstel van evenwicht.

Verschillende processen kunnen er ontstaan.

–          Spanningsvermindering.

–          Herstel van evenwicht.

–          Aandachtsverschuiving.

–          Lichaamsbewustwording.

–          Functioneel bewegen.

–          Functioneel ademen.

–          Cognitieve herstructurering.

Kortom, de ontspanningsinstructies (die verderop volgen) zijn middelen om processen, die leiden tot meer zelfregulatie, in gang te zetten.

Spanningsvermindering.

Het verminderen van de onnodige inspanning tijdens activiteiten wordt aangeduid met de term actief ontspannen. Het gaat hierbij dus om de kwaliteit van de beweging, en niet om de kwaliteit van de rust. Eenvoudige bewegingen laten onnodige inspanning achterwege.

Herstel van evenwicht.

Als er geen inspanning meer geleverd wordt neemt de spanning van het lichaam af. Er wordt minder energie besteed in rustfase. Er is echter wel altijd een bepaalde hoeveelheid energie nodig om de lichaamsfuncties zelf in stand te houden, het basaal metabolisme. Het lichaam is in rust toch bezig met voeding en herstel, wat tijdens actief bezig zijn aan schade is ontstaan. Na ontspanningsoefeningen kan iemand zich verfrist, helder, behaaglijker en vrediger voelen. Een voldaan gevoel helpt enorm om op een natuurlijke manier spanning van geleverde prestatie (hoe klein ook) af te laten vloeien.

Aandachtsverschuiving.

Mentale en lichamelijke acties vergroten de spanning. De instructie “aandacht verzamelen” is gericht op het bewust aandacht richten op je eigen lichaam. Je verschuift bewust je aandacht van een activiteit naar je eigen ik.

Lichaamsbewustwording.

De meeste processen in het menselijk organisme spelen zich af op onbewust niveau. Men is er zich niet van bewust wat en hoe het plaatsvindt. Van een klein aantal processen of gebeurtenissen zijn we ons wel bewust. Het is ook mogelijk om er invloed op uit te oefenen.

Er zijn mensen die letterlijk overspoeld worden door elk signaal dat het lichaam uitzendt. Zij hebben dan ook de behoefte de hele dag het lichaam te willen controleren.  (hypochonders)

Zo ook natuurlijk diegenen die hun lichaam niet meer voelen. Hierdoor grijpt men te laat in. Men gaat over eigen grenzen. Oorzaak en gevolg is dan zoek. In beide gevallen neemt het vertrouwen in eigen lichaam af. Het lijkt dan of alle narigheid hen overkomt. Een goed lichaamsgevoel en het onder woorden kunnen brengen van wat je precies voelt en waar, kan al enorme veranderingen brengen.

Functioneel bewegen.

Met functioneel bewegen wordt bedoeld dat een beweging optimaal is afgestemd op de exacte opbouw en structuur van het lichaam. De inspanning is economisch en efficiënt. De bewegingskwaliteit is hoog en het ziet er natuurlijk en vloeiend uit, waarbij overtollige bewegingen en inspanning minimaal zijn. Er zijn geen algemeen geldende normen. Elk individu moet zelf opzoeken wat het beste voelt. Het gaat om het eigen besef van steun en zekerheid.

Functioneel ademen.

Omdat de ademhaling zich voortdurend aanpast aan praktisch alle lichamelijke en geestelijke gebeurtenissen is, net als bij functioneel bewegen geen definitie te formuleren voor een “goede”(normale, juiste) ademhaling. De flexibiliteit ervan is eigenlijk het beste criterium voor een functionele ademhaling.

Sturen: Men stuurt de ademhaling en is er duidelijk bewust van.

Automatisch: Men stuurt de ademhaling niet en men let er evenmin op. Dit is de meest normale toestand. Wanneer iemand deze toestand te weinig heeft, aldoor op het ademen let en het niet vanzelf kan laten gaan, is er sprake van disfunctioneel ademen. De verhouding aandacht, lichaam is verstoord.

Volgen: In geval van een optimale verhouding tussen aandacht en lichaam is er ook passieve aandacht mogelijk voor het ademen zonder deze gaan te sturen.

Indirect: Dit duidt op de mogelijkheid dat de ademhaling indirect beïnvloed kan worden, bijvoorbeeld via de ontspanningsoefeningen waarbij men geen aandacht geeft aan het ademen zelf.

Indien alle mogelijkheden haalbaar zijn, betekent dit dat men voldoende vertrouwd is met de eigen ademhaling en er ontspannen mee om kan gaan. Soepele overgangen tussen deze 4 velden wijst op functioneel ademen.

Ademhaling reageert op geestelijke en lichamelijke gebeurtenissen, op de mate van inspanning, de activiteit van de inwendige organen, op de lichaamshouding, de wens te willen communiceren of te uiten, concentratie en mentale arbeid,…………

Deze aanpassingen dienen normaal onbewust en vanzelf te gebeuren. Bij disfunctioneel ademen verloopt deze aanpassing niet soepel en blijft men langer dan nodig hangen in een patroon wat niet meer past bij de nieuwe situatie.

Cognitieve herstructurering.

De gedachten en voorstellingen over ontspanning van iemand stemmen zelden overeen met de werkelijke ervaringen. Bovendien bepalen de gedachten in grote mate de effecten van ontspanningsinstructie. Tracht altijd te achterhalen wat iemand denkt, dit om mentale voorstellingen eventueel te kunnen (her)structureren.

Onderzoeken wijzen uit dat cognities (denken) in hoge mate hun gevolgen bepalen, dus van groot belang om de niet-bevordelijke gedachten trachten positief te beïnvloeden.

Zelfregulatie.

Het uiteindelijke doel van ontspanningsinstructie is toename van de interne zelfregulatie. Als bij elke boodschap die het lichaam uitzendt, er verwarring ontstaat en men niet in staat is deze zelf naar waarde in te schatten, gaat men veel gebruik maken van de gezondheidszorg. Dit ontstaat indien men onvoldoende vertrouwd is met het eigen zelfregulerend systeem, onvoldoende weet heeft van wat eigen is en wat vreemd is.

Elke keer dat een klacht vermindert nadat een extern middel of hulp nodig geweest is, bevestigt dat juist de gedachte dat het zonder dat niet zou overgaan. Het tekort aan vertrouwen in het zelfregulerend vermogen van het lichaam, wordt hiermee duidelijk in stand gehouden. Men wordt afhankelijk van de dokter, of diens recepten.

Ook het bewust toepassen van gezonde leefregels, hygiëne  en andere adviezen voor gezondheid,moet je zelf leren. Ervaar zelf wat “goed” is, en niet wat de gemiddelde mens zegt. Ook hier geldt; voeling van het eigen lichaam behouden.

Soms even stil staan vooraleer weer naar het volgende te hollen. Een belangrijke toepassing in het degelijks leven.

Neutrale aandacht, open voor wat er is, zonder al te snel te oordelen in goed of slecht. Het lichaam kan een grondige reden hebben voor signalen en werkelijk iets te melden hebben.

Alle opgedane  ervaringen, op wat voor niveau dan ook, kunnen leiden tot het proces van cognitieve herstructurering. Het behoort ook tot zelfregulatie om te weten wanneer hulp of advies te vragen, wanneer een lichamelijk signaal genegeerd kan worden en wanneer een zelfhulptechniek toegepast kan worden. Het toepassen van een aantal gezonde leefregels kan uiteindelijk leiden tot interne veranderingen, mits men bewust ook stilstaat hoe het is voor en er na. Het wordt dan toch iets van zichzelf.

KLIK HIER voor een kleine oefening

 

Bron: Caroline van der Aa/Methode Van Dixhoorn

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *