communicatie kenmerken

 

Wat is interactie?

Een reeks boodschappen die tussen mensen worden uitgewisseld. Tijdens interactie is ieder zowel zender als ontvanger.

Communicatie is het aanbieden van boodschappen (in de vorm van tekst, symbolen etc.) met de bedoeling dat een ander er informatie aan ontleent (iets weet, er iets van leert etc.). Als de ander er op zijn beurt weer op reageert en/of een boodschap aanbiedt, spreken we van feedback. Wat letterlijk “terugvoeding” betekent.

De meeste communicatie richt zich op beïnvloeding. (make-up dragen is zelfs communicatie)

Communicatie is zelfs essentieel voor menselijke ontwikkeling, een ander helpen aan informatie, de taal is belangrijk om te kunnen “ordenen”.

 

Je kunt niet niet communiceren, er komt altijd iets over.

Er is of een betrekkingsaspect (emotionele lading, hoe jij het voelt) of een

Inhoudsaspect (de feiten)

 

Interpunctie, zijn de leestekens (………)

 

Er zijn 4 Interactiepatronen te herkennen:

–  symmetrisch – er is een gelijkheid of juist een competitie aan de gang in de communicatie

–  complementair, het vult elkaar aan

–  parallelle interactie, combinatie van beide

–  paradoxale communicatie (bevel opleggen wat niet spontaan ontstaat)

 

Pas dus op met wat je uitstraalt! Wat je wil zeggen tegen een ander, zeg dat ook!

Zorg niet voor Double Binding! (Lichaamstaal laat anders zien dan wat je uitstraalt en niet zegt)

 

Wees ECHT of leer ECHT te zijn! Voor jezelf maar ook voor anderen!

 

Hoe iemand zich voelt in communicatie kan voor veel meer problemen zorgen:

–          Feitelijke kenmerken, lichamelijke gezondheid (door adoptie, scheiding enz.)

–          Psychologische processen, (cognitieve emotionele ontwikkelingen, driften en fantasieën)

–          Interactiepatronen, machtsverhoudingen, interpunctie, rollen

–          Relationele ethiek, evenwicht tussen “geven en nemen”.

 

Drie manieren van communicatie.  De assertieve manier is uiteindelijk de beste keuze om jezelf aan te leren.

De passieve manier. ( je vraagt om moeilijkheden)

–          Laat aan anderen over om te kiezen van hoe, wat en wanneer iets moet gebeuren.

–          Vermijdt om te zeggen wat hij of zij voelt, eigenlijk voelt of wil.

–          Vraagt om teruggewezen te worden met uitdrukkingen zoals, “als je het niet erg vindt…”

–          Geeft de moed op bij weigering van de eerste gestelde vraag of verzoek.

–          Gebruikt holle zinnen zoals “weet je wel” of “ik bedoel”.

–          Verbergt echte gevoelens om conflicten te voorkomen.

–          Maakt gebruik van vage woorden in de hoop begrepen te worden.

–          Manipuleert door een houding aan te nemen van “arme ik”.

–          Bekritiseert wat hij/zij doet en biedt hiervoor verontschuldigingen aan.

–          Krimpt ineen zowel in houding, stemgebruik als manier van doen.

De agressieve manier. (je vraagt om moeilijkheden)

–          Gebruikt het voornaamwoord “jij” om boodschappen te zenden die pijn doen, beschuldigen, of de schuld aan een ander geven.

–          Gebruikt dreigementen, etiketten en vernederingen.

–          Richt “winnen en verliezen” situaties op i.p.v. onderhandeling doen.

–          Lokt mensen in een nederlaag terwijl deze onvoorbereid zijn of bezig zijn met andere zaken.

–          Luistert slecht of selectief.

–          Overdrijft met woorden als “altijd” of “nooit”.

–          Manipuleert en kiest voor anderen.

–          Gebruikt zijn ego als meesterschap.

–          Intimideert anderen door overdreven vertoning van macht.

–          Bedreigt anderen door houding, stemgebruik, manier van handelen.

De assertieve benadering. (deze vorm van communiceren lost zaken op, voor jezelf en anderen)

–          Gebruikt het woord “ik” om aan te tonen dat hij meester is over zijn gevoelens en emoties.

–          “Onderhandelt” duidelijk en direct over de dingen die hij wil hebben.

–          Leunt op een ontspannen wijze naar voren en maakt oogcontact.

–          Refereert naar specifieke gedragingen.

–          Gebruikt actieve luistertechnieken om een winnende oplossing te bewerkstelligen.

–          Gebruikt een geschikt tijdstip om te discussiëren of te onderhandelen.

–          Stelt een vaste tijd en komt die na om niet afgescheept te hoeven worden.

–          Laat het gebruik van woorden zoals “altijd” en “nooit” achterwege.

–          Houdt de conversatie kort maar krachtig.

–          Herhaalt de geschikte eisen op een korte manier.

 

Door het steeds opnieuw herhalen van deze informatie (elke week lezen en in gedachten de situaties van de afgelopen week “herzien”) leer je deze technieken beter hanteren.

 

Bron: Caroline van der Aa.

0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *